Wat is een visie?
Een visie beschrijft waar een organisatie naartoe wil. Ze geeft richting en helpt betrokkenen om een gewenste toekomst voor ogen te krijgen. Zo beschrijft een leiderschapsvisie het leiderschap dat we voor ogen hebben.
Veel visies worden door de top van de organisatie ontwikkeld, soms in samenspraak met andere betrokkenen, soms met alle betrokkenen. Dit laatste loopt niet altijd vlot. Dat is ook logisch: een visie hangt vaak nauw samen met de strategie en de koers van de organisatie en niet alle betrokkenen hebben daar een heel juist zicht op.
Maar een leiderschapsvisie hebben, betekent nog niet dat mensen er ook naar handelen. Een visie kan richting geven op papier, zonder dat ze in de praktijk als richtlijn wordt gebruikt. En dat is natuurlijk niet de bedoeling.
Daarom ben ik een grote fan van een leiderschapstraject na het uitwerken van de visie dat bouwt aan een collectieve ambitie.
Wat is een collectieve ambitie?
Een collectieve ambitie gaat immers een stap verder dan de visie. Ze gaat niet alleen over waar we naartoe willen, maar ook over waarom we daar samen voor gaan, wat we willen creëren en hoe we daar gezamenlijk verantwoordelijkheid voor nemen.
Zoals het woord al zegt, is een collectieve ambitie een ambitie van een groep. Dat kan een groep leidinggevenden zijn.
Een collectieve ambitie kun je niet zomaar opleggen. Die bouw je samen. En dat kan best uitdagend zijn. Verschillende invalshoeken en standpunten kunnen het proces vertragen. Maar dat hoeft geen nadeel te zijn. Juist door verschillen bespreekbaar te maken, ontstaat de mogelijkheid om tot een ambitie te komen waar mensen zich daadwerkelijk aan verbinden.
En toch zie ik dat veel collectieve ambities ‘te zwak of eenzijdig’ geformuleerd zijn. Bij leiderschapsambities zie ik bijvoorbeeld een grote nadruk op de operationele aspecten van leidinggeven, ten koste van de strategische.
Dat maakt dat ik, ook al ben ik fan, zelden start met een collectieve ambitie.
Een visie kan een collectieve ambitie worden
Een visie kan immers een sterk vertrekpunt zijn om tot een collectieve ambitie te komen.
In organisaties kies ik er dan ook meestal voor eerst een visie uit te werken, met daarin naast de operationele ook de strategische elementen. Om vervolgens tijdens een leiderschapstraject de visie te bestuderen en te bespreken, ze te vertalen en eventueel aan te vullen en aan te passen, zodat iedereen zich erachter kan zetten. (Een visie hoeft immers niet statisch te zijn, vandaar dat we spreken over visioning.)
Zo verandert onze visie gaandeweg in onze ambitie, waarbij er eensgezindheid is over de antwoorden op volgende vragen:
- Wat vinden we belangrijk?
- Waar verbinden we ons samen aan?
- Wat willen we samen realiseren?
- En wat betekent dat concreet voor ons gedrag en handelen?
Geen of-verhaal
Een visie en een collectieve ambitie zijn daarom geen tegengestelde concepten. Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten.
Een visie kan het startpunt zijn van een proces waarin steeds meer gezamenlijke betekenis, verantwoordelijkheid en eigenaarschap ontstaat.
Een visie geeft richting. Een collectieve ambitie zorgt voor een gezamenlijke verbinding met de visie.
